Aansprakelijkheid vanwege aandelenoverdracht

Bij de verkoop van aandelen in een besloten vennootschap realiseert men zich waarschijnlijk niet direct dat deze verkoop onrechtmatig zou kunnen zijn tegenover derden. Het staat een aandeelhouder in beginsel immers vrij om zijn aandelen te verkopen. Toch kunnen er omstandigheden spelen op grond waarvan de verkoop van aandelen onrechtmatig is tegenover derden.

Onlangs kwam de rechtbank Amsterdam namelijk tot dat oordeel (rechtbank Amsterdam 2 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6331). De casus is als volgt. Gedaagde is enig aandeelhouder en enig bestuurder van een besloten vennootschap. Gedaagde sluit in de hoedanigheid van bestuurder verschillende leaseovereenkomsten met een leasemaatschappij, maar laat vervolgens na om de leasetermijnen te betalen. De leasemaatschappij beëindigd daarom de contracten en stuurt eindfacturen aan de vennootschap, maar – u raadt het al – ook die blijven onbetaald.

Uit de in de uitspraak opgenomen feiten blijkt dat de aandelen in de vennootschap zijn verkocht. Onduidelijk is voor welk bedrag dit is gebeurd, omdat er twee overeenkomsten van dezelfde datum bestaan waarin de koopprijs van de aandelen verschilt. De ene overeenkomst vermeldt een koopprijs van € 12.330,– en de andere een koopprijs van slechts € 1,–. Na de overdracht van de aandelen is op 21 januari 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven dat de vennootschap als ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan vanwege een gebrek aan baten.

De vennootschap biedt dus geen verhaal en de leasemaatschappij besluit daarom om gedaagde, ex-aandeelhouder en ex-bestuurder van de vennootschap, in rechte te betrekken. De leasemaatschappij legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de door haar geleden schade. Gedaagde kan volgens de leasemaatschappij een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt, omdat hij bij het aangaan van de leaseovereenkomsten wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden.

Het verkopen van aandelen in een vennootschap is volgens de kantonrechter echter een aandeelhoudersbeslissing en geen bestuurshandeling. Het feit dat gedaagde ook bestuurder was van de vennootschap, maakt dat niet anders, aldus de rechtbank. De grondslag voor aansprakelijkheid van gedaagde tegenover de schuldeiser is – anders dan wat de leasemaatschappij in haar dagvaarding betoogt – dan ook niet gelegen in bestuurdersaansprakelijkheid, maar in een eigen onrechtmatige daad van gedaagde. Dat heeft voor de leasemaatschappij als eiseres in deze procedure als voordeel dat een “persoonlijk ernstig verwijt” geen vereiste is voor aansprakelijkheid. De lat voor het aannemen van aansprakelijkheid ligt daarmee dus lager, aangezien een persoonlijk ernstig verwijt wel vereist is om tot bestuurdersaansprakelijkheid te concluderen.

De rechtbank oordeelt dat ook daadwerkelijk sprake is van een onrechtmatige daad van gedaagde tegenover de leasemaatschappij. Gelet op het feit dat het vanwege binnengekomen klachten over de geleverde materialen voor gedaagde duidelijk was dat vervanging hiervan met aanzienlijke kosten gepaard zou gaan, mocht van gedaagde verlangd worden dat hij serieus onderzoek zou doen naar de motieven van de koper van de aandelen, om zodoende enige zekerheid te verkrijgen of het diens bedoeling was om de vennootschap daadwerkelijk voort te zetten. Uit een eenvoudige zoekopdracht op internet zou al blijken dat de koper van de aandelen bij meerdere faillissementen betrokken was geweest. Het nalaten van onderzoek klemt temeer omdat gedaagde met de koper was overeengekomen dat de aandelen voor slechts één euro werden overgedragen, aldus de rechtbank. Op grond van deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat gedaagde willens en wetens het risico heeft genomen dat de koper haar verplichtingen tegenover de schuldeisers niet meer kon nakomen en daarmee zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat dit als onrechtmatig moet worden aangemerkt.

De rechtbank Amsterdam concludeert in deze uitspraak dus dat de ex-aandeelhouder aansprakelijk is tegenover de leasemaatschappij op grond van een onrechtmatige daad. Soortgelijke vorderingen van schuldeisers werden in het verleden meestal beoordeeld aan de hand van de criteria voor bestuurdersaansprakelijkheid. Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de rechtbank Utrecht d.d. 25 mei 2011 (ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7136), de rechtbank Middelburg d.d. 5 maart 2012 (ECLI:NL:RBMID:2012:BW4873) en de rechtbank Oost-Brabant d.d. 1 mei 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0005). Het gerechtshof Den Haag heeft op 1 oktober 2019 de aansprakelijkheid in een vergelijkbaar geval ook gebaseerd op een ‘gewone’ onrechtmatige daad en niet op bestuurdersaansprakelijkheid (ECLI:NL:GHDHA:2019:2487).

Uit de uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijkt dat het verkopen van aandelen in een vennootschap onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn tegenover derden, zoals schuldeisers van de vennootschap. Daartoe is geen persoonlijk ernstig verwijt vereist, omdat deze vordering niet gebaseerd is op bestuurdersaansprakelijkheid, maar op grond van een eigen onrechtmatige daad van de aandeelhouder. Het is immers de aandeelhouder die de aandelen overdraagt en niet de bestuurder van de vennootschap.

Bent u schuldeiser van een vennootschap en wenst u een aandeelhouder aansprakelijk te stellen wegens een aandelenoverdracht? Neem dan contact op met mr. Joyce Duin, advocaat bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten te Hoorn.