Laden

Wie is verplicht te laden en te lossen bij vrachtvervoer over de weg?

16 februari 2026
/  Evert Dekker
/  
Evert Dekker

Wie is verplicht te laden en te lossen bij vrachtvervoer over de weg?

Bij vervoer over de weg speelt de vraag wie verantwoordelijk is voor het laden en lossen van goederen regelmatig een rol. Dit is van belang omdat onduidelijkheid hierover kan leiden tot discussie en juridische geschillen. In dit artikel bespreken we de relevante wet- en regelgeving, de rol van de contractspartijen en de gevolgen van niet-nakoming van verplichtingen.

Wettelijke kaders en taakverdeling

Het CMR-verdrag, dat van toepassing is op internationaal wegvervoer, bevat geen expliciete bepalingen over deze verplichting. Dit betekent dat partijen dit onderling moeten afspreken en bij voorkeur moeten vastleggen in de vrachtbrief. Als dit wordt nagelaten, dan kan er bijvoorbeeld onduidelijkheid ontstaan op het moment dat er moet worden geladen of gelost (en zal de vervoerder mogelijk alsnog de afzender om instructies moeten vragen). Dit is ongewenst en kan – zeker als dat pas gaat spelen op drukke momenten in het vervoersproces  – tot vervelende situaties leiden.

Wordt er onder de Algemene Vervoerscondities 2002 (hierna: de “AVC”) of de AVC in aanvulling op het CMR-verdrag gereden, dan is in de AVC in art. 4 lid 1 sub e bepaald dat de afzender de goederen moet laden en (doen) lossen, tenzij partijen andere afspraken hebben gemaakt dan wel “uit de aard van het voorgenomen vervoer, in aanmerking genomen de te vervoeren zaken en het ter beschikking gestelde voertuig, anders voortvloeit.” Verwacht zal bijvoorbeeld worden dat een vrachtwagen met een kiepauto of een eigen heftruck bediend zal worden door de chauffeur (hij zal dan feitelijk de taak op zich moeten nemen om de goederen te laden en te lossen).

Indien in afwijking van de AVC bijvoorbeeld wordt afgesproken dat de vervoerder zelf de zending moet laden en lossen, dan is het ook verstandig om dit te vermelden op de vrachtbrief, zeker als op de vrachtbrief staat vermeld dat de AVC (aanvullend) van toepassing zijn (zoals bij de vrachtbrieven die door Beurtvaartadres/SVA worden uitgegeven). Dit geeft dan ook de chauffeur – die waarschijnlijk alleen de vrachtbrief onder ogen krijgt – de nodige duidelijkheid.

Aansprakelijkheid: kijk uit!

Als de afzender verantwoordelijk is voor het laden en (doen) lossen, en hij komt zijn verplichtingen in dat kader niet na, dan kan dit leiden tot een vordering tot vergoeding van de daardoor ontstane schade. Bijvoorbeeld, een lading kan verkeerd zijn geladen (onjuiste stuwage) met als gevolg ladingschade, of de trailer zelf kan zijn beschadigd door verkeerde handling.

Indien de afzender zijn verplichtingen niet nakomt, kan dit leiden tot schadevergoeding. Bijvoorbeeld, als een lading verkeerd is gestuwd en schade veroorzaakt aan de vrachtwagen of andere goederen, dan is de afzender aansprakelijk.

Gezien het voorgaande is het ook niet verstandig dat als is afgesproken dat de afzender moet laden en lossen, dat de vervoerder dan toch zelf hieraan uitvoering geeft. Als dan schade aan de zending plaatsvindt door verkeerde stuwage bij het laden, dan kan de vervoerder – bij internationaal wegvervoer – zich niet beroepen op de ontheffingsgrond van art. 17 lid 4 sub c CMR (dat aangeeft – kort gezegd – dat een vervoerder ontheven is van aansprakelijkheid voor verlies of schade die het gevolg is van verkeerde stuwage door de afzender of geadresseerde).

De controleplicht

Belangrijk is overigens wel dat de vervoerder op grond van de AVC een controleplicht heeft; dit staat vermeld in art. 9 lid 5 AVC (het CMR-verdrag geeft hiervoor geen regeling). De vervoerder moet, in gevallen waarin de AVC (aanvullend) van toepassing is, de “belading, stuwing en eventuele overbelading (…) controleren indien en voor zover de omstandigheden zulks toelaten”. Doet een vervoerder dat niet, dan kan hij alsnog aansprakelijk gehouden worden voor eventuele schade in dat verband (dat de aansprakelijkheid van de vervoerder waarschijnlijk beperkt zal zijn, behandel ik in deze bijdrage niet; daarover is al veel geschreven).

Een voorbeeld uit de praktijk. Een zware machine is door de afzender geladen op een trailer van de vervoerder. Bij het laden blijkt dat er geen spanbanden zijn gebruikt. Vrij evident is daardoor dat de stuwage gebrekkig is. De chauffeur heeft echter niet de stuwage van de machine gecontroleerd en is gaan rijden. Bij de eerste bocht valt de machine van de trailer. Die is zodanig beschadigd dat deze direct kan worden afgeschreven. De vervoerder kan nu niet zeggen dat de afzender de machine verkeerd had gestuwd. Hij heeft immers de stuwage niet gecontroleerd, en een getraind chauffeursoog zou dit direct zijn opgevallen. Zo makkelijk werkt het dus niet.

Conclusie

De hoofdregel is bij vervoersovereenkomsten waarop de AVC (aanvullend) van toepassing is dat de afzender verantwoordelijk is voor het laden en lossen, tenzij contractueel anders overeengekomen of de aard van het vervoer anders vereist. Duidelijke afspraken in overeenkomsten (en de vermelding daarvan op de desbetreffende vrachtbrieven) kunnen veel problemen voorkomen. Als u hierbij hulp nodig heeft, dan kunt u met Evert Dekker contact opnemen.

Transportrecht
輸送法・物流管理

Evert

Dekker

Verzekeringsrecht, Aansprakelijkheidsrecht, Transportrecht
保険法, 損害賠償法, 輸送法・物流管理

Neem contact op

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie, onze specialisten reageren snel en zijn altijd bereikbaar.