Ik zie AI overal in mijn praktijk opduiken. Zo komen geregeld vonnissen in jurisprudentie voorbij waarin advocaten lelijk op hun neus gaan, bijvoorbeeld omdat naar niet bestaande jurisprudentie wordt verwezen. Maar ook bij teksten die ik in mijn praktijk ontvang valt het op. Bepaalde zinsneden keren steeds terug in brieven. Zoals “Tegen deze achtergrond…” en dan volgt een conclusie. Typisch AI momenteel. Het leidt ertoe dat ik zelf dergelijke passages niet meer gebruik, logischerwijs omdat ik niet wil dat anderen denken dat mijn teksten van AI afkomstig zijn.
Gebruik ik AI dan niet? Zeker wel, maar met verstand!
Ik gebruik de door ons kantoor aangeschafte juridische AI-tool meer als sparringpartner. Een bovenmenselijke sparringpartner, die bijzonder goed is in het snel verwerken van grote hoeveelheden informatie. Maar geen knip- en plakwerk. Dat is uit den boze. Niet alleen voor mijzelf, ook volgens ons AI-kantoorbeleid. Ik voer inhoudelijke discussies met ons juridische AI-programma over een dossier. Ik laat het mijn analyse checken, daag het uit om een tegenanalyse te geven of door te redeneren op mijn analyse, en stel gerichte vragen over het dossier. Pas dan krijg je iets bruikbaars terug. Daar borduur ik verder op en steevast moet ik fouten rechtszetten.
Het verschil zit hem in de aanpak. AI als gereedschap, niet als vervanger van het volledige denkwerk. Want dat denkwerk – de juridische redenering, de inschatting van de cliënt, het aanvoelen van wat er echt speelt – dat blijft voorlopig noodzakelijk mensenwerk.
Herkent u dit? Of gaat u er anders mee om? Ik ben benieuw, laat het weten!
Peter Tennekes is advocaat-partner bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten, vestiging Utrecht. Heeft u vragen, neemt u dan gerust contact op via [email protected] of telefoon 030-236 46 00.



