Wat is een incasso kort geding?
Een incasso kort geding is een versnelde civiele procedure waarin bij de rechter (in dit geval de Voorzieningenrechter) betaling van een geldsom wordt gevorderd, meestal omdat een debiteur een factuur niet betaalt en de schuldeiser niet maanden wil wachten op een bodemprocedure.
De wettelijke basis voor het kort geding is te vinden in art. 254 Rv e.v.: de rechter kan in spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad geven. Een dergelijk kortgedingvonnis is in beginsel voorlopig en “brengt geen nadeel toe aan de zaak ten principale” (de bodemzaak).
Wanneer is een incasso kort geding kansrijk?
Een geldvordering in kort geding kan worden toegewezen, maar de rechter is terughoudend. De Hoge Raad heeft in het standaardarrest M’Barek/Van der Vloodt (HR 29 maart 1985) het toetsingskader neergezet:
(1) de vordering moet voldoende aannemelijk zijn,
(2) er moet onverwijlde spoed zijn, en
(3) de rechter weegt het restitutierisico mee
In de praktijk werkt dit het best bij relatief eenvoudige geldvorderingen met duidelijke stukken (contract, facturen, afleverbonnen, e-mails) en een zwak of afwezig inhoudelijk verweer.
De drie vereisten uitgelegd
1) Vordering voldoende aannemelijk
De Voorzieningenrechter beoordeelt of de bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. In het kort geding is geen ruimte voor uitgebreide bewijslevering. Bij deugdelijk betwiste feiten kan de rechter beoordelen dat de zaak ongeschikt is voor een veroordeling in kort geding en de voorziening weigeren op grond van art. 256 Rv.
Wanneer een debiteur stelt dat er sprake is van een ondeugdelijke levering maar dat niet kan onderbouwen, terwijl er bijvoorbeeld wel sprake is van een opleveringsrapport en/of correspondentie waaruit de acceptatie blijkt, dan kan de aannemelijkheid van de vordering worden aangenomen.
2) Spoedeisend belang
Zonder spoed geen kort geding, is de stelregel. Dit volgt uit art. 254 lid 1 Rv: er moet een onmiddellijke voorziening nodig zijn “gelet op de belangen van partijen”.
De spoed kan bijvoorbeeld zitten in liquiditeitsdruk, dreigende discontinuïteit, of het risico dat de debiteur activa wegsluist. De Hoge Raad benadrukt dat spoed niet uitsluitend “financiële nood” hoeft te zijn; het gaat om een belangenafweging.
3) Restitutierisico
Omdat het kort geding voorlopig is, weegt de rechter het risico mee dat er later moet worden terugbetaald als de bodemrechter anders oordeelt. Dit is waarom de Hoge Raad in M’Barek/Van der Vloodt een extra terughoudendheid van de rechter verlangt bij geldvorderingen in kort geding. In latere rechtspraak is bevestigd dat omstandigheden (zoals acute financiële nood) het spoedeisend belang kunnen dragen, maar het restitutierisico blijft een belangrijk weegpunt.
Mogelijkheden en risico’s: wat levert het op?
De voordelen van een incasso kort geding zijn de snelheid, het fungeren als drukmiddel en vaak een snelle executoriale titel waarmee na betekening door de deurwaarder tot inning kan worden overgegaan.
De nadelen of risico’s zijn dat als later in een bodemprocedure blijkt dat de vordering toch niet bestond, het executeren van het vonnis onrechtmatig kan zijn schadeplichtigheid kan volgen. Daarom is het verstandig om vooraf ook de bewijspositie, de verweren en de financiële consequenties van een eventuele ongedaanmaking van het kort geding vonnis te beoordelen.
Heeft u een vordering en wilt u laten beoordelen of een incasso kort geding geschikt is om deze te innen? Neem dan contact op met Martijn Bonefaas, advocaat en partner bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Hoorn, via m.bonefaas@vandiepen.com of via 0229-287 000.
