LARGE-2022_VanDiepen_situaties_DSF9709_v2-scaled

Hoge Raad verduidelijkt: verrekening van verjaarde vordering niet altijd mogelijk

28 januari 2026
/  Michiel van der Hoeven
/  
Michiel van der Hoeven

Hoge Raad verduidelijkt: verrekening van verjaarde vordering niet altijd mogelijk

De Hoge Raad heeft recent een arrest gewezen over verrekening van verjaarde vorderingen. Anders dan vaak werd aangenomen, is dit niet altijd (of zelfs: vaak niet) mogelijk. Door stil te zitten kan je vordering volledig onbetaald blijven, terwijl je de schuld aan jouw wederpartij wél moet betalen.

Vereisten verrekening

Op grond van de wet (artikel 6:127 BW) moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan, wil je je op verrekening kunnen beroepen:

  • Partijen moeten over en weer elkaars schuldeiser zijn (‘wederkerig schuldenaarschap’);
  • Jouw schuld aan de wederpartij moet gelijksoortig zijn aan jouw vordering op de wederpartij (bijvoorbeeld beide betaling van een geldsom in dezelfde valuta);
  • Je moet bevoegd zijn tot zowel betaling van jouw schuld als tot het afdwingen van betaling van jouw vordering.

De wettelijke bepalingen omtrent verrekening zijn van regelend recht. Partijen kunnen daar contractueel van afwijken. De mogelijkheid tot verrekening is daarom – ook in faillissement – een belangrijke vorm van zekerheid (zie daarover dit eerdere artikel).

Verrekenen verjaarde vordering

Een vereiste voor verrekening is dus dat je bevoegd moet zijn om betaling van je vordering af te dwingen. Door verjaring van de rechtsvordering kan je als schuldeiser geen betaling meer afdwingen (er resteert dan enkel een natuurlijke verbintenis). Dat zou betekenen dat verrekening niet mogelijk is. De wet maakt echter een uitzondering: de bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring van de rechtsvordering (artikel 6:131 BW).

In de literatuur en lagere rechtspraak werd er verschillend gedacht over deze uitzondering. Kort gezegd waren er drie stromingen:

  1. Een verjaarde vordering kan alleen worden verrekend met een schuld, als die schuld al bestond op het moment dat de vordering verjaarde;
  2. Een verjaarde vordering mag ook verrekend worden met een schuld die pas na het moment van verjaring is ontstaan, zolang de vordering en schuld voortvloeien uit dezelfde rechtsverhouding;
  3. Een verjaarde vordering kan altijd worden verrekend met een schuld, ongeacht wanneer de vordering is verjaard en wanneer de schuld is ontstaan.

Een voorbeeld: Ab heeft een schadevergoedingsvordering van € 100 op Bert in verband met gebreken aan het gehuurde. Ab heeft het erbij laten zitten en de vordering is inmiddels verjaard. De huurovereenkomst is inmiddels beëindigd en Ab moet nog de laatste huurtermijn van € 150 betalen. Ab beroept zich echter op verrekening en betaalt slechts € 50. Bert stelt dat Ab niet mag verrekenen en vordert betaling van € 100 van Ab. Drie mogelijke uitkomsten:

  1. Ab mag niet verrekenen, omdat de schuld aan Bert pas is ontstaan nadat zijn vordering op Bert al was verjaard;
  2. Ab mag toch verrekenen, omdat zijn vordering op Bert en zijn schuld aan Bert zijn ontstaan uit dezelfde rechtsverhouding (huurovereenkomst);
  3. Ab mag altijd verrekenen, omdat het niet uitmaakt wanneer de vordering is verjaard en wanneer de schuld is ontstaan.

Uitspraak Hoge Raad

In de literatuur werd wel aangenomen dat optie 2 de juiste uitkomst is. In lagere jurisprudentie werd regelmatig uitgegaan van optie 3 of werd niet stilgestaan bij de verschillende mogelijke uitkomsten.

De Hoge Raad heeft nu echter verduidelijkt dat artikel 6:131 BW beperkter moet worden uitgelegd dan door velen werd gedacht: optie 1 is de juiste uitkomst. De uitzondering geldt enkel als er een verrekeningsbevoegdheid bestond op het moment dat de vordering verjaarde (de verrekeningsbevoegdheid eindigt daardoor niet). De gedachte is namelijk dat iemand die kan verrekenen, daar pas een beroep op zal doen als de wederpartij hem aanspreekt tot betaling. Nadat een vordering eenmaal is verjaard, kan een partij dus geen verrekeningsbevoegdheid verkrijgen doordat daarna een schuld ontstaat.

In het hierboven genoemde voorbeeld kan Ab dus niet verrekenen, omdat de schuld aan Bert pas is ontstaan nadat zijn vordering op Bert al was verjaard. Hoewel de Hoge Raad zich daar niet expliciet over uitlaat, lijkt het geen verschil te maken of de vordering en schuld uit dezelfde rechtsverhouding zijn ontstaan.

Betekenis uitspraak voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien dat het nog belangrijker is voor een schuldeiser om niet stil te zitten. De meeste rechtsvorderingen – waaronder die tot nakoming en schadevergoeding – verjaren na 5 jaar. Sommige vorderingen hebben echter een kortere verjaringstermijn, bijvoorbeeld:

  • 3 jaar: vernietiging van een rechtshandeling (artikel 3:52 BW);
  • 2 jaar: non-conformiteit bij een koop (artikel 7:23 BW);
  • 6 maanden: dwangsom (artikel 611g Rv);
  • Contractueel overeengekomen verjaringstermijnen.

De datum waarop de verjaring begint te lopen, verschilt per geval. De verjaring kan ook worden gestuit. Vaak is een schriftelijke aanmaning daarvoor voldoende, maar niet altijd. Soms kan de verjaring enkel worden gestuit door een procedure te starten. Als de verjaring is gestuit, begint de verjaringstermijn opnieuw lopen.

Het is dus van belang om tijdig advies in te winnen en niet stil te zitten. Als de vordering eenmaal verjaard is, kan dit namelijk niet meer ongedaan gemaakt worden. Zelfs als het gaat om een harde, onbetwiste vordering. Dat kan tot de wrange uitkomst leiden dat je wederpartij jouw vordering niet meer hoeft te betalen, terwijl jij de facturen van de wederpartij moet voldoen. In de praktijk zal dit met name spelen bij duurovereenkomsten, waarbij contractueel korte verjaringstermijnen zijn afgesproken.

Nog een voorbeeld: een softwareleverancier maakt een fout waardoor schade ontstaat. De diensten zijn echter onmisbaar voor je bedrijfsvoering. De leverancier blijft de diensten dus leveren en je blijft de facturen betalen uit angst dat de leverancier de diensten anders opschort. In het contract blijkt te staan dat schadevergoedingsvorderingen verjaren na zes maanden. Als je eindelijk een advocaat inschakelt, is de vordering al verjaard. De schade kan niet meer worden verhaald op de leverancier en kan ook niet worden verrekend met de nieuwe facturen. Zelfs als er geen discussie mogelijk is over de fout en de schade.  

Ben je op zoek naar advies over verrekening of verjaring? Neem dan vrijblijvend contact op met Michiel van der Hoeven, advocaat bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Utrecht (m.vanderhoeven@vandiepen.com of via 030-2364600).

Commerciële Contracten
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Commerciële Contracten
Ondernemingsrecht
Aansprakelijkheidsrecht

Michiel

van der

Hoeven

M&A / Fusies en overnames, Ondernemingsrecht, Insolventie en herstructurering
M&A, 会社法, 倒産・事業再生

Neem contact op

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie, onze specialisten reageren snel en zijn altijd bereikbaar. 

Vestigingen