Van Diepen Beroepsschade_3_crop_HR

Executie en artikel 47 Faillissementswet: kwalificeert een gedwongen betaling als ‘voldoening door de schuldenaar’?

3 april 2026
/  Martijn Bonefaas
/  
Martijn Bonefaas

Executie en artikel 47 Faillissementswet: kwalificeert een gedwongen betaling als ‘voldoening door de schuldenaar’?

De Rechtbank Limburg heeft zich op 3 december 2025 (ECLI:NL:RBLIM:2025:12090) uitgesproken over een vraag die in de praktijk regelmatig speelt en waarover de Hoge Raad zich nog niet expliciet heeft uitgelaten: valt een betaling die voortvloeit uit executie onder het bereik van artikel 47 Faillissementswet (Fw)? Het antwoord luidt ontkennend. Een executieopbrengst kwalificeert niet als een “voldoening door de schuldenaar” in de zin van artikel 47 Fw en is daarmee niet vatbaar voor vernietiging.

Feiten

Gedaagde beschikte over een vrijwaringsvonnis tegen MosquitNo B.V. Kort na het indienen van een faillissementsverzoek legde hij executoriaal derdenbeslag onder ABN AMRO. De bank keerde op 29 juli 2024 het beslagen bedrag uit aan de deurwaarder, die dit vervolgens aan gedaagde uitbetaalde. Een dag later werd MosquitNo failliet verklaard.

De curator beriep zich buitengerechtelijk op artikel 47 Fw en stelde dat de betaling moest worden teruggedraaid, gelet op de wetenschap van gedaagde dat een faillissementsaanvraag liep.

Rechtsvraag

Centraal stond de vraag of betaling via executie kan worden aangemerkt als “voldoening door de schuldenaar” zoals bedoeld in artikel 47 Fw. Alleen dan komt de faillissementspauliana in beeld en kan de betaling vernietigd worden.

De kantonrechter oordeelt dat hiervan geen sprake is.

Juridisch kader en wetsgeschiedenis

Artikel 47 Fw bevat twee uitzonderingen op de algemene regel dat verplichte handelingen van de schuldenaar niet kunnen worden vernietigd. Slechts wanneer:

  1. de schuldeiser wist dat het faillissement was aangevraagd, of
  2. sprake is van samenspanning met het oog op begunstiging,

kan een voldoening door de schuldenaar alsnog worden aangetast.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op situaties waarin de schuldenaar zelf voldoet aan een opeisbare schuld. De wetgever heeft expliciet bepaald dat artikel 47 Fw geen betrekking heeft op gevallen waarin betaling wordt verkregen door inning, beslaglegging of executie. De gedachte hierachter is dat de schuldeiser zijn recht moet kunnen uitoefenen zolang nog geen faillissement is uitgesproken; de wetgever wilde voorkomen dat executieacties door curatoren zouden worden teruggedraaid.

Deze interpretatie sluit aan bij eerdere rechtspraak van rechtbanken (Rechtbank Amsterdam 5 februari 2003, NJ 2003/412, Rechtbank Oost‑Brabant 25 februari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1410).

Executieopbrengst vormt geen onderdeel van het vermogen van de schuldenaar

De rechtbank wijst erop dat de executieopbrengst na beslaglegging een afgescheiden vermogen vormt, geadministreerd door de deurwaarder. De opbrengst behoort vanaf dat moment niet langer tot het vermogen van de schuldenaar. De schuldenaar behoudt enkel een aanspraak op een eventueel surplus.

Dit betekent dat een later faillissement de verdeling van de executieopbrengst niet raakt. Dit sluit aan bij de lijn van de Hoge Raad in Ontvanger/Eijking q.q. (Hoge Raad 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4948).

Geen grond voor alternatieve vorderingen

De curator voerde subsidiair aan dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld en misbruik had gemaakt van bevoegdheid. De rechtbank volgt deze standpunten niet. Het feit dat een schuldeiser vóór faillietverklaring een executoriale titel ten uitvoer legt — zelfs terwijl hij weet dat een faillissementsaanvraag loopt — is niet ongeoorloofd. Concrete feiten die misbruik van bevoegdheid of onrechtmatig handelen zouden onderbouwen, ontbraken.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat:

  • executoriale betalingen buiten het bereik van artikel 47 Fw vallen,
  • het onderscheid tussen vrijwillige en gedwongen betaling juridisch beslissend is,
  • curatoren voltooide executies niet via artikel 47 Fw kunnen terugdraaien,
  • schuldeisers met een executoriale titel hun positie effectief kunnen blijven benutten in de aanloop naar een faillissement.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met Martijn Bonefaas, advocaat en curator bij Van Diepen Van der Kroef Advocaten in Hoorn, via m.bonefaas@vandiepen.com of via 0229-287 000.

Insolventie en herstructurering
Insolventie en herstructurering

Martijn

Bonefaas

Commerciële Contracten, Insolventie en herstructurering, Financieel recht
商業契約, 倒産・事業再生, 金融法

Neem contact op

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie, onze specialisten reageren snel en zijn altijd bereikbaar. 

Vestigingen